Publicaties

Nieuwe productie- en researchkas voor Valto

1 oktober 2021

Op 1 oktober kreeg Valto de sleutels van een kas met 17 afdelingen aan de Hoefweg in De Lier, waarmee directeur Thorben Looije een volgende stap zet in zijn groei-ambitie. De productie van en het onderzoek naar nieuwe, natuurlijke gewasbeschermingsmiddelen werd tot nu toe gedaan op verschillende locaties. Na de op handen zijnde aanpassingen van het nieuwe kassencomplex kunnen de onderzoekers van Valto grotere proeven doen op meerdere gewassen én dat alles op een plek, dichtbij het kantoor van het familiebedrijf op Leehove.

Kracht van de natuur
De nieuwe onderzoekslocatie past bij de groeiplannen van het bedrijf, dat biocontrol middelen ontwikkelt en levert. “Wij geloven in de kracht van de natuur,” zegt Thorben Looije, “we ontwikkelen natuurlijke gewasbeschermingsmiddelen om teelten weerbaar te maken tegen plantenziektes. Dit past helemaal binnen de doelen van een groener Europa, maar eveneens die van telers, die ook belang hechten aan gezondheid, duurzaamheid en milieu.”

Natuurlijke bescherming
Met Green Deals stimuleert de overheid bedrijven onder meer om de belasting op het milieu te verminderen. Voor de glastuin- en landbouw betekent dit concreet dat nog meer ingezet moet worden op natuurlijke gewasbescherming. Op die behoefte wil Valto inspelen door meer onderzoek en testen te doen en nieuwe biocontrol middelen te ontwikkelen. De aangekochte kas maakt dit in de toekomst mogelijk.

Innovatie in wetgeving
Voorwaarde voor innoveren is volgens Thorben wel dat wetgeving mee innoveert: “Onze klanten willen een gezonde oogst en een goed rendement behalen. Ze vragen onze hulp bij het voorkomen van ziektes in hun teelt. Wij doen dat graag met behulp van de natuur, alleen moet de wetgeving dan wel aangepast worden. De toelatingsprocedure voor natuurlijke gewasbeschermingsmiddelen duurt nu ongeveer 8 tot 10 jaar. Gelukkig zijn steeds meer mensen in Den Haag en Brussel ervan doordrongen, dat wetgeving mee moet innoveren als we de doelstellingen van Europa willen halen.”

Kansen voor biologische gewasbescherming in land- en tuinbouw

10 september 2021

Hoe bescherm je je planten tegen ziekten en plagen en creëer je een gezonde oogst? Boeren en telers zijn zich steeds meer bewust van de mogelijkheden van het gebruik van biologische middelen. Consumenten vragen naar gezonde en betaalbare voeding en op Europees niveau staat de Green Deal om Europa klimaatneutraal te maken hoog op de agenda. Waarom blijft introductie en grootschalig gebruik van biocontrol-middelen voor land- en tuinbouw dan uit?

Het antwoord op deze vraag is niet eenvoudig te geven, maar kent wel een belangrijke rode draad. Willem Ravensberg van Koppert Biological Systems licht toe: ”Wij ontwikkelen elk jaar diverse biologische middelen voor onze klanten. Wereldwijd. De vraag is er, het aantal ziekten en virussen neemt elk jaar toe en boeren willen graag zoveel mogelijk in samenhang met de natuur telen. Alleen is het voor ons heel complex om een nieuw product op de markt te krijgen. Het is een langetermijnproces van wel 8 à 10 jaar en de registratieprocedure beslaat daarvan ruim de helft van die tijd”.

Thorben Looije, eigenaar van Valto b.v., vult aan: “Onze klanten, vooral tomatentelers over de hele wereld maar ook andere telers, willen een gezonde oogst en een goed rendement behalen met hun teelt. Ze vragen ons ze te helpen als ze een virus in hun teelt hebben, dit willen ze voorkomen. Wij hebben oplossingen, veilig en goed getest, maar kunnen ze niet aanbieden. De huidige ingewikkelde manier van toelating zorgt er tevens voor dat nieuwe innovatieve bedrijven niet de markt op komen met hun producten. Dat helpt niet om als Europa steeds groener te worden”.

Koppert Biological Systems en Valto willen graag met de Europese Commissie meedenken in mogelijkheden om binnen de bestaande regelgeving de biologische middelen sneller op de markt te krijgen. Volgens oud-secretaris-generaal van de Europese Commissie dr. Alexander Italianer zijn er mogelijkheden omdat er al verwijzingen naar versnelling in de bestaande wetgeving staan. Tijdens een top level webinar gehouden op 30 augustus j.l., werd krachtige steun gegeven aan deze oplossing. De steun komt vanuit hoge en invloedrijke politieke en wetenschappelijke actoren. De wetenschappelijke adviseur van de nieuwe Task Force voor microbiële gewasbeschermingsmiddelen, David Cary, droeg de elementen aan voor de vereiste aanpassing van de regelgeving. Eén daarvan is het aanstellen van specialisten op het terrein van micro-organismen bij de evaluerende instanties in Europa, iets wat het Ctgb reeds gedaan heeft.

Zowel Koppert als Valto zijn lid van deze Task Force. Aanleiding om de Task Force op te richten is de uitdaging om de bestaande biocontrol middelen op de markt te houden. Als er niets verandert, moeten zij van de markt af vanwege een her-registratieprocedure en innovatie vindt dan al helemaal niet plaats. De huidige middelen moeten aan enorme data vereisten voldoen, gesteld door de EFSA. Nieuwe toetreders haken af als ze de investeringen afwegen tegen time to market en kans op succes. De Task force leden vragen zich af: ‘Hoe gaan we als Europa dan verder? Wie voorziet de telers en boeren van de juiste biologische middelen voor hun gewas?’ 

De Task Force heeft een zogeheten ‘Position Paper’ aan alle Europese instellingen gezonden. Hierin wordt een vergelijking gemaakt tussen chemische gewasbeschermingsmiddelen en microbiële alternatieven. Door een gebrekkige uitleg door de Europese Commissie van Resoluties van het Europees Parlement worden bestaande en potentieel gevaarlijke chemische producten, die op een lijst staan om van de markt gehaald te worden, daarop gehouden, terwijl de veilige microbiële producten van de markt moeten, omdat de laatste te weinig onderzoeksgegevens zouden hebben verstrekt in vergelijking met de chemische producten. Het Position Paper geeft aan dat dit wordt veroorzaakt door een Europese Commissiebeleid dat geen onderscheid maakt tussen chemische en biologische producten. De Sloveense oud-premier Alojz Peterle (Slovenië bekleedt nu het EU-voorzitterschap) noemde dit tijdens het webinar ‘onzinnig’.

Het webinar vond plaats onder leiding van de voormalig Tweede Kamerlid Ad Melkert en werd bijgewoond door meer dan 250 experts waaronder een minister van gezondheid, verschillende directeuren-generaal en vertegenwoordigers uit Europese en nationale parlementen. Aan het slot van het webinar werd vrijwel unaniem vastgesteld dat er op korte termijn mogelijkheden zijn om de toelatingsprocedure voor microbiële gewasbeschermingsmiddelen te versnellen.  Kleine aanpassingen in de wet zouden plaats kunnen vinden onder het Franse EU-voorzitterschap vanaf 1 januari 2022.

Meer informatie over Task Force of het webinar op: www.microbialppptaskforce.eu. Hier is ook het openingsfilmpje te zien met o.a. Thorben Looije, directeur van Valto. 

Voor een adequate bescherming tegen PepMV zijn milde isolaten van beide stammen vereist

Augustus 2021

Van het pepinomozaïekvirus komen in de praktijk verschillende stammen voor die problemen voor de teler kunnen veroorzaken. In de EPPO-datasheet (The European and Mediterranean Plant Protection Organization) over het pepinomozaïekvirus wordt hierover het volgende beschreven: “Tegen het pepinomozaïekvirus zijn geen resistentiegenen beschikbaar in commerciële rassen. Er zijn een aantal potentiële accessies die resistent zijn tegen isolaten van de EU-stam, maar het moet nog onderzocht worden of deze accessies resistentie bieden tegen de andere PepMV stammen.

Crossprotectie is een methode die in verschillende landen wordt toegepast om de negatieve effecten van PepMV-infecties te beheersen. Bescherming tegen agressieve isolaten van de EU-stam vereist een verzwakt EU-isolaat, terwijl een verzwakt CH2-isolaat is vereist om te beschermen tegen agressieve CH2-stammen. In veel gevallen komen CH2- en EU-stammen voor bij gemende infecties dus voor voldoende bescherming zijn milde isolaten van beide stammen vereist.”

Omdat beide agressieve stammen (Ch2/EU) vaak samen in gemengde besmetting voorkomen, is het gebruik van milde isolaten die beschermen tegen agressieve isolaten van beide stammen aan te raden. Dit levert een bredere bescherming tegen schade veroorzaakt door PEPMV op, dan wanneer er maar één mild isolaat wordt gebruikt. Dit wordt onder andere onderschreven door EPPO.

Volledige artikel

Hoe eerder planten behandeld worden met milde stammen, des te vollediger is de bescherming

Augustus 2021

Crossprotectie is een  strategie met een preventieve werking. Tomatenplanten moeten behandeld zijn met de milde isolaten van het pepinomozaiëkvirus voordat ze in contact kunnen komen met agressieve isolaten. De plant heeft ook een korte tijd nodig om volledige bescherming op te bouwen. Daarom is het van belang om de milde isolaten in een zo’n vroeg mogelijk stadium toe te passen.

Het artikel ‘Multi-genotype cross-protection against Pepino mosaic virus in tomato’ beschrijft dat jonge planten worden gevaccineerd met V10, een middel dat is opgebouwd uit twee milde isolaten van het virus. Door het inbrengen van een mild virus in de plant, wordt onder andere RNA-silencing in de plant geactiveerd. RNA-silencing is een proces waarbij de plant zich beschermt tegen toekomstige besmettingen met vergelijkbare virussen. Er is een bepaalde tijd nodig voordat de plant zich kan beschermen tegen het pepinomozaïekvirus. Na behandeling met V10 is er een korte periode waarin de plant zijn afweer moet opbouwen. Na deze periode kan de plant zich verweren tegen agressieve isolaten van het virus.

Kortom: Hoe eerder we een plant inoculeren met een mild virus, hoe eerder de plant beschermd is. Daarnaast zijn jonge planten ook vatbaarder voor virusbesmetting, waardoor een mild virus zich in dit stadium sneller door de volledige plant verspreid.

Lees het artikel voor meer informatie over het gebruik van crossprotectie tegen PePMV in tomaat.

Volledige artikel

Toelating gewasbeschermingsmiddelen

Augustus 2021

Wat zou het mooi zijn wanneer innovatieve gewasbeschermingsmiddelen sneller kunnen worden toegelaten.

Volledige artikel