FAQ

FAQ

Hieronder vind je een overzicht van veelgestelde vragen.

Algemeen

V10 is een natuurlijk gewasbeschermingsmiddel op basis van crossprotectie, dat is ontwikkeld door Valto en in de tomatenteelt wordt ingezet om het pepinomozaïekvirus tegen te gaan.

Door middel van crossprotectie: door planten te vaccineren met nauw verwante milde stammen van het virus laat de plant minder of geen symptomen zien dan wanneer deze besmet wordt door een agressieve stam.

V10 wordt gebruikt om tomatenplanten te beschermen tegen de negatieve gevolgen van het pepinomozaïekvirus.

Het pepinomozaïekvirus laat niet bij elke tomatenplant dezelfde symptomen zien. Dit heeft te maken met het ras, de leeftijd van de plant en de omstandigheden waarin de plant zich bevindt.

Bij een jong gewas zijn de eerste symptomen brandnetelachtige en bobbelige bladeren; daarnaast hebben de planten vaak een bleke kleur. Oudere bladen krijgen gele vlekjes en er kan tussennervige chlorose ontstaan. Een mozaïek of grotere chlorotische vlekken zijn dan zichtbaar op de bladeren. Verder is necrose op het blad en de stengels ook een belangrijk symptoom.

PepMV is bijzonder besmettelijk en verspreidt zich onder andere via besmet materiaal zoals karren, scharen en mesjes. Doordat het plantensap van een besmette plant overgebracht wordt op een niet besmette plant, loopt deze het gevaar ook ziek te worden.

V10 is een vloeibaar middel en wordt tienmaal verdund met water.

Om van een goede vaccinatie verzekerd te zijn, moet elke plant worden behandeld. Wrijf per stengel één blad in, net onder de kop en op middelhoogte. Doordat het blad iets wordt beschadigd, krijgt V10 de kans om opgenomen te worden en zo zijn werk te doen. Zie ook ons monsterprotocol of instructievideo.

De plant kan het best zo vroeg mogelijk worden behandeld met V10. Hoe eerder een plant wordt behandeld, hoe kleiner de kans is dat deze wordt besmet met een agressieve pepinostam.

V10 wordt preventief in het gewas ingebracht; door planten zo snel mogelijk te vaccineren met milde stammen, laten ze minder of geen symptomen zien als ze in contact komen met een agressieve stam.

De dosering is 0,8 liter V10 per hectare.

Volgens protocol wordt de teelt 4 – 5 weken na inoculatie gecontroleerd door middel van monstername. De uitslag van de monsteranalyses wijst uit of het gewas is beschermd tegen agressieve PepMV.

Ongeveer drie weken na de behandeling met V10 is de plant, afhankelijk van de grootte, beschermd tegen de symptomen van het agressieve virus.

Dubbele bescherming biedt meer zekerheid dan behandeling met slechts één stam; er is dan immers een reële kans dat de planten alsnog besmet raken met een van de andere stammen.

Houdbaarheid

Bewaar V10 op een gekoelde plaats (4°C – 10°C) en in de originele verpakking.

V10 is tot drie dagen na ontvangst houdbaar. Kijk voor meer informatie op het etiket.

Eenmaal klaargemaakt moet V10 binnen een paar uur worden gebruikt. We raden daarom aan om telkens met kleine hoeveelheden V10 te werken.